Psychologie Magazine

by admin on april 23, 2013

Stuk in Vrij Nederland: Over humor en roem. Ricky Gervais. De werdegang van een lui genie.

by admin on april 9, 2013

Over humor en roem. Ricky Gervais. De werdegang van een lui genie.

Ricky Gervais (1961) is de comedian met de hardste, meest doordringende lach van allemaal. Zijn kakellach, die meer lijkt op een vorm van gillen dan op een werkelijke lach, verraadt zijn afkomst: Gervais is geen gemaakte, getrainde comedian, die zich heeft aangeleerd niet om zichzelf te lachen. Hij is een fan, die half per toeval uitgroeide tot wat hij zelf ooit heeft vereerd, en uiteindelijk, tot wat hij ooit heeft bespot.

Een goede grap

Het is een van de simpelste vragen om te stellen, en een van de moeilijkste om te beantwoorden: waarom vind ik iemand grappig? Moeilijk omdat het, nog afgezien van de achtergrond van de waarnemer, altijd een samenspel is van factoren. Timing, lichaamstaal, de grap zelf, de fysieke en sociale context van het moment, zelfs de gezichtsstructuur van de comedian kan invloed hebben op het verschil tussen een goede en een slechte grap, daarbij als enigszins omstreden criterium voor een goede grap nemend, dat erom gelachen wordt. Er zijn ‘technisch goede’ comedians, die goed letten op stemgebruik, overgangen, die gestructureerd en betogend te werk gaan, maar desalniettemin niet bijster grappig zijn. Zo zijn er ook genoeg technisch imperfecte comedians te vinden, die wel degelijk zeer de moeite waard zijn.

Ricky Gervais zal eerder in de tweede categorie genoemd worden dan in de eerste. Zijn vier standupshows zijn in hoge mate een collage van grappen en anekdotes, waar hij zelf dan ook nog dikwijls luidkeels om lacht, en van een overkoepelend verhaal, om nog maar te zwijgen van een moraal, is weinig sprake. Zijn vierde show, Science, is hierin het hoogtepunt: te midden van wat eruit ziet als een zeer kostbaar decor waarin de Frankenstijnse wetenschap tot uitdrukking wordt gebracht – vreemde machines, stomende erlenmeyers – komt Gervais er aan het einde van zijn show achter dat hij goed en wel geen enkele opmerking heeft gemaakt over wetenschap, en dat de titel van zijn show misschien wat ongelukkig is geweest, maar dat er nu eenmaal betaald is voor de decorstukken.

Het begin. De comedian, die later zou uitgroeien tot acteur en regisseur, begon ooit als muzikant, in de bizar gedateerde Engelse punkformatie Seona Dancing, die in de jaren tachtig alsmaar niet doorbrak. Hierna kwam Gervais bij de radio terecht, bij het commerciële station XM RADIO. In 1998, toen hij verlegen zat om een assistent, pakte hij het eerste cv van de stapel sollicitanten: dat van Stephen Merchant.

Samen schreven ze vervolgens enkele sketches voor de BBC Radio, waarna ze besloten om het voorstel voor een televisiepilot te maken. De pilot zou in 2001 (Gervais is dan 40) leiden tot The Office, een komische quasidocumentaire over een kantoorafdeling van papierbedrijf Wernham Hogg, in de branche van het indrukwekkend deprimerende Slough. De serie is Gervais’ doorbaak in Groot-Brittannië.

Gervais was David Brent, de diepnarcistische bedrijfsleider die zichzelf niet alleen als leider van een team wil zien, maar ook basically als een chilled out entertainer. De serie, die voornamelijk teert op plaatsvervangende schaamte en leedvermaak, zij het wel tot in briljante extremis uitgewerkt, kreeg pas in het tweede seizoen de lof die ze verdiende.

Kernthema’s in Gervais’ werk zijn ook in deze eerste serie goed herkenbaar. Altijd, in elke sociale situatie, wordt spanning nagestreefd, die de kijker zonder uitzondering als ongemakkelijk ervaart. Spanning tussen baas en werknemers, tussen blanke en donkere werknemers, tussen hen die goed ter been zijn en hen die in een rolstoel zitten: boven alles is The Office een serie over sociaal ongemak. En taboes zijn natuurlijk uitermate geschikte middelen om de sociale verhoudingen zo krachtig en navrant mogelijk te illustreren. Voor Gervais is het doorbreken van taboes aldus een middel, geen einddoel. Prachtig is de scène waarin Brent een racistische mop begint te vertellen, waarmee hij ophoudt zodra de (enige) donkere werknemer erbij komt staan, of de brandoefening waarbij de enige werknemer in een rolstoel halverwege de trap wordt neergezet, omdat helemaal naar beneden tillen te zwaar is, en het toch maar een oefening betreft.

Na het succes van kregen The Office Gervais en Merchant het aanbod een nieuwe serie te maken, Extras, die zou worden uitgezonden in Groot-Brittannië (BBC) en de Verenigde Staten (HBO).

Van figurant tot filmster: van Londen naar New York

Ook in Extras zijn leedvermaak en schaamte pijlers te noemen, maar het verhaal, over de lotgevallen van twee filmfiguranten Andy Millman (Gervais) en Maggie Jacobs (Ashley Jensen), is aanzienlijker rijker dan het verhaal van The Office. En de makers bleken de trucjes van de quasidocumentaire niet meer nodig om een goed verhaal te vertellen. Bovendien werd een groot aantal beroemdheden opgetrommeld voor bizarre en geslaagde bijrollen, altijd als zichzelf. Het fenomeen van celebrities die zomaar opduiken in een comedy serie, is overigens in de serie zelf subliem geparodieerd.

Onvergetelijk is het optreden van Kate Winslet, die de rol van non op zich heeft genomen in een film over de Holocaust, alleen om eindelijk een Oscar te krijgen. ‘The whole world is going: why hasn’t Winslet won one.’ De Holocaustfilm als gegarandeerd prijswinnaar: ‘Oscars coming out of their ass,’ aldus Winslet, die in 2008 haar Oscar zou krijgen voor The Reader, een film, jawel, over de Holocaust. Gervais bij de Golden Globes tegen Winslet: ‘I told you.’ Ook David Bowie, Patrick Stewart, Samuel L. Jackson, Ben Stiller en Robert De Niro bewezen hun zelfspot door mee te doen. Hier zijn de eerste trekjes van Gervais tweede comedyleven zichtbaar: als wandelende aflaat voor de rich and famous. Gezien worden met Gervais is een brevet van zelfspot, onontbeerlijk voor het imago.

Extras is niet alleen grappig. Het is een briljante satire op de wereld van de showbusiness, de krochten van het acteren, de wereld van de roddels en tabloids, en vooral, op de vergankelijkheid van alles wat naar succes riekt. Extras is van een bijzonder hoog en constant niveau, zowel komisch (minder leunend op de botte humoristische middelen van The Office) als dramaturgisch gezien: Gervais bleek een goede acteur. De kerstspecial van Extras, waarin Millman in het treurige decor van Celebrity Big Brother in tranen uitbarst vanwege het verraad dat hij heeft gepleegd door aan het programma mee te doen, is het scherpste wat Gervais en Merchant ooit hebben geschreven. De ongekend goed geacteerde tirade op de roemcultus die de Westerse wereld tegenwoordig in zijn greep houdt, is onovertroffen: ‘And fuck you, the makers of this show as well, you can’t wash your hands of this. […] And fuck you for watching this at home, shame on you. And shame on me. I’m the worst of all. ‘Cause I’m one of those people that goes: oh, I’m an entertainer, it’s in my blood. Yeah, it’s in my blood, ‘cause a real job’s too hard. […]’ Het is Gervais op zijn oprechtst, op zijn best. Jammer genoeg is de luiheid waarover hij spreekt, een verlokking waartegen hij in zijn latere carrière zelf ook moeilijk bestand zal blijken.

Extras is ambitieuzer dan The Office, en zit ingewikkelder in elkaar. Waar David Brent, Gervais’ personage in The Office, pathologisch ijdel is, en vaker onuitstaanbaar dan sympathiek, vertolkt het Millman-personage een veel normalere rol. Millman is een man met weinig talent, redelijk wat ambitie, en veel gevoel voor schaamte en vernedering. Het publiek leeft mee met de keuzes die Millman maakt, niet durft te maken, alles voortkomend uit het verlangen om ooit tot het selecte gezelschap te behoren, dat kan maken wat het wil, voor een groot publiek, en dat onder de hoogste lof van zijn professionele collega’s.

Wanneer Millman zijn volstrekt incapabele manager Darren Lamb (Stephen Merchant), die meer audities afzegt dan hij mogelijk maakt, ten bate van zijn carrière denkt te moeten ontslaan, voelt de kijker medelijden: voor Millman wint ambitie het van persoonlijke sympathie voor Lamb, en het is een volstrekt begrijpelijke, legitieme keuze. Wanneer Millman’s nieuwe agent zijn cliënt aanraadt om met allerhande sloeries gezien te worden in restaurants en clubs, om zo zijn naam levend te houden, om maar van de C-lijst op de B-lijst te geraken (Millman: ‘Not the hepatitis B list!’), voelen we schaamte, maar ook een zeker begrip, het is een logisch uitvloeisel van het eerdere genomen besluit tot verdere professionalisering: nu terugkrabbelen, zou betekenen dat het slachtofferen van Lamb voor niets is geweest. De enige manier voor Millman om zijn hoogwaardige comedy-ambities waar te maken – Millman schrijft het script voor wat in de serie zal uitgroeien tot de succesvolle, maar zeer platte sitcom When the whistle blows – is zijn ziel verkopen, beetje voor beetje, aflevering voor aflevering: een voorafschaduwing van het lot van Gervais zelf.

Onbedoelde ironie en welgemeende beledigingen

Waar de ironie in Winslets geval, als verregaande parodie op ‘lifes imitates art’, niet te missen is, ligt de ironie in Gervais’ geval iets subtieler. Maar er zijn wel degelijk parallellen te trekken tussen Millman en Gervais. Extras katapulteerde Gervais in de hoogste regionen van de comedy-wereld. Zoals Millman bevriend raakt met iemand als Jonathan Ross, maakte Gervais invloedrijke nieuwe vrienden als Ben Stiller, Larry David, John Stewart van de Daily Show, en was hij vaker in Amerika dan in Engeland te vinden. Het zware lijf veranderde mee. Waar bij zijn shows (voor zijn internationale doorbraak) nog altijd een Brits biertje te vinden was, waar in zowel The Office als Extras veelvuldig grappen werden gemaakt over Gervais’ plompe uiterlijk (in Extras draagt Millman eens een korset bij een auditie, het korset begeeft het uiteraard) raakte de Gervais van de laatste jaren Amerikaans afgetraind, kreeg hij een modieus getrimde baard, en lacht hij breeduit op de rode loper.

Gervais werd steeds minder Brits: zijn grappen concentreerden zich steeds minder op het dagelijkse bestaan in erkent deprimerende steden als Slough of Reading, waar hij vandaan komt, of de treurnis van de Engelse tabloids, de vergane glorie van zo veel Engelse beroemdheden van vroeger. De openlijke liefdesverklaringen aan en verwijzingen naar Monty Python en Fawlty Towers, die vooral in The Office talrijk zijn, namen af in aantal, het jachtgebied van Gervais was definitief Hollywood geworden.

Gervais kreeg rollen in grote Amerikaanse filmproducties. Het is echter de vraag of hij werkelijk acteerde. Hij speelde altijd ofwel zichzelf, met zijn werkelijke mimiek en stemgeluid (in het verlengde van Andy Millman), ofwel een typetje zo ridicuul, dat er van acteren geen sprake was. The Invention of Lying en Ghost Town, gelikte romantische comedy’s vallen in de eerste categorie, Stardust en Night at the Museum in de tweede. Steeds meer parasiteerde Gervais op zijn komische talenten, waren de projecten waaraan hij zijn naam verbindt vlakkere, bravere versies van ideeën die in zijn podcasts (vanaf 2001) en in The Office, Extras en de standupshows al waren voorgekomen.

Hij hoefde steeds minder moeite te doen voor financiering van zijn projecten, met als resultaat dat hij steeds minder moeite deed. De opvolger van Extras kwam in 2011: Life’s Too Short, over de (werkelijk bestaande) dwergacteur Warwick Davis, die eerder een rol had gehad in Extras, als dwergtovenaar in een Harry Potter-achtige film. Gervais noemde de serie zelf ‘a cross between Extras and Curb Your Enthusiasm and One Foot in the Grave but with a dwarf. That is out and out funny.’ De inspiratiebronnen voor de serie waren aldus niet alleen maar Brits, en het centrale thema was al eerder gebruikt. Het werd een serie die leunt op de premisse dat een dwerg per definitie grappig is. Een premisse die niet waar bleek. Dit keer was Gervais zelf een van de in de serie opduikende celebrities: als geslaagde comedian ontvangt hij Warwick David, en voorziet hij hem, met tegenzin van advies. De eerste fase van de carrière van Gervais: een radiojockey annex muzikant, gek van David Bowie. De tweede fase: David Bowie als celebrity in Extras, een jongensdroom. De laatste fase: Ricky Gervais als celebrity in zijn eigen serie.

Vooral in Groot-Brittannië reageerde men teleurgesteld. Tussen de eerste en tweede aflevering daalde de kijkdichtheid met 40 %. The Guardian noemde Life’s Too Short: ‘strikingly lazy stuff, comprised of little more than a predictable checklist of taboos and social faux pas.’ De serie was een slechte compilatie van eerder gemaakte grappen.

Het volgende project, Derek, ondervond al bij de pilot veel weerstand. Gervais speelde Derek Noakes, een negenenveertigjarige bejaardenverzorger die houdt van ‘animals, Jesus, Deal or no Deal and Britain’s Got Talent’ maar wiens voornaamste hobby het jagen op handtekeningen is. De kritiek richtte zich op Gervais vermeende ridiculisering van de zwakkeren van de samenleving, wat gezien zijn gehele carrière eerder als constante dan als uitzondering gezien moet worden. Creatief gezien is een ernstiger vergrijp dat er evenwel geen enkel nieuw idee in het concept te vinden was.

Ondertussen wordt de vraag waar de legitimiteit van Gervais als comedian tegenwoordig nog vandaan komt, afgezien van zijn briljante vroege werk, steeds moeilijker te beantwoorden. Gervais is definitief mainstream geworden, en geniet zijn grootste internationale bekendheid als de man die als presentator van de Golden Globes 2010 de ene na de andere film en filmster belachelijk heeft gemaakt. Om zichzelf sportief te tonen, nodigde de NBC hem in 2011 en 2012 opnieuw uit. Gervais was bij vlagen in grootse vorm, maar de subtiliteit die er in zijn werk altijd (ook) te vinden is geweest, leek verdwenen. De enige grap die hij niet durfde te maken, zo heeft hij verteld bij de talkshow van Conan O’ Brien, was deze: ‘I was going to come out dressed as Adolf Hitler. I was going to come out with a little moustache doing that [Brengt de welbekende groet, DHvV] waving to them.  And then get to the podium, and let it die down and go, ‘too much?’ And I wanted to look in the crowd and go, ‘it’s the wrong crowd’, and then I was going to say, ‘that’s the last time I borrow a suit from Mel Gibson.’

De zwarte kant van zijn humor, het navrant maken van vrijwel iedere sociale situatie, en iedere machtsverhouding, het zo schrijnend mogelijk tonen van de macht van het taboe, is steeds meer een gimmick geworden, die erom draait dat het publiek zichzelf kan laten voorstaan op zijn gevoel voor zelfspot. Zeven BAFTA’s, vijf British Comedy Awards, drie Golden Globes, twee Emmies, eenmaal de Rose d’Or. Van radiogezicht naar filmster. Nog altijd is Gervais grappig, vilein, nietsontziend. Maar tegelijk heeft hij in zijn werkelijke leven films gemaakt die hij in de eerste fase van zijn carrière belachelijk zou hebben gemaakt, en blijft het de vraag, wat de vroege Gervais zou overlaten van de latere.

Daan Heerma van Voss

Aangeklaagd door Spong: Het Tribunaal

by admin on april 8, 2013

Voor tenlastelegging en aanmelden voor het programma: hier.

Interview De Morgen (27-3)

by admin on maart 28, 2013

Kernzin: ‘

‘Met De Vergeting bombardeert coming man Daan Heerma van Voss (27) zijn brein tot een wonderlijk onderzoeksobject en doet dat op erg minutieuze wijze. […] De roman is ook een gewiekst spel met de autobiografie. […] Hij is een literaire einzelgänger. Raakpunten met zijn generatie zullen hem worst wezen.’ – De Morgen’

Coming man Daan Heerma van Voss (27) Bombardeert zijn brein tot een wonderlijk onderzoeksobject. Door Dirk Leyman.

Dat de werkelijkheid de fictie op een duivelse manier een voetje kan lichten, daar weet Daan Heerma van Voss (27) alles van. Begin vorig jaar werkte de jonge Nederlandse schrijver als een bezetene aan zijn derde roman, over een man die op een banale ochtend zijn geheugen kwijt was gespeeld. Op maandagochtend 16 januari 2012 overkwam Heerma van Voss precies hetzelfde als zijn hoofdpersonage. Eén dag lang bleek hij beroofd van zijn herinneringen, in de ban van een “existentiële angst” en herleid tot een hulpeloos dier. Op automatische piloot sloeg hij zich door de dag heen. Heerma van Voss liet zich zelfs nog interviewen, tot hij merkte dat het “een complete puinhoop was in zijn hoofd” en hij verward op zijn ouderlijk huis afstevende. Heerma van Voss was “uit de ruimte gevallen”. Er volgde een rondgang langs ziekenhuizen en neurologen. Die kwamen tot de vaststelling dat de auteur wellicht een TGA, een Transient Global Amnesia, had doorgemaakt, een zeer tijdelijke, ‘goedaardige’ geheugenstoornis. Voor de schrijver Heerma van Voss lijkt de akelige gebeurtenis uiteindelijk een godsgeschenk. “Weer genezen ben ik, een ziekteloze man die een boek schrijft.”

De vergeting laveert tussen roman, verhandeling, wetenschappelijk onderzoek, autobiografische fantasie en liefdesverhaal. Op licht ironische wijze worden we meegevoerd in het brein van een Amsterdamse auteur die niet bijster veel meemaakt, maar daar toch literair munt weet uit te slaan. Heerma van Voss beschrijft “de noodkreet van hersenen die merken dat er iets verdwenen is”, de strapatsen van het geheugen, waarbij het lichtzinnige hand in hand gaat met het verhevene.

Gewiekst spel

We zitten in Grand Café 1ste klas, uitkijkpost op het perron van het Amsterdamse Centraal Station. De kelners lijden er aan een milde vorm vanADHDen poetslui vegen ongegeneerd onder onze tafel. Het is een heksenketel, temeer daar de espressomachines met veel gedruis hun zwarte vocht produceren en de treinen luid piepend het station binnendenderen. De schrijver stelde er prijs op hier af te spreken. “Al die intieme momenten van aankomst en vertrek, de anonimiteit van al die wezens, ik vind het een interessante omgeving”, had hij me gemaild.  Heerma van Voss, die na zijn debuut Een zondagsman (2010) en opvolger Zonder tijd te verliezen (2012) een literaire coming man is, blijft doodrustig. Er kan een bom naast ons ontploffen, hij zal geen vin verroeren. Traag en tastend praat hij over De vergeting, kijkt achteloos naar het gewemel in het café én bestelt soep, die hij geconcentreerd oplepelt. Waarom moest dit boek op de bok zitten tussen zoveel genres? “De vergeting is voortgekomen uit een autobiografisch verlangen om te begrijpen wat er precies gebeurd is, die 16de januari. Eerst wilde ik er non-fictie van maken. Daarom is het boek gretig naar feiten en concrete associaties. Gaandeweg kwam ik erachter dat ik ook mijn verbeelding aan het werk moest zetten. Het volstond niet om zomaar herinneringen op te takelen.” De herinneringen waren niet meer dan reddingsboeien, touwtjes waar Heerma van Voss zich aan vastklampte. “Het is pas de samenhang tussen herinneringen die je geheugen vormt. Bovendien bestaan herinneringen zonder bij-ideeën helemaal niet. En omdat te laten zien, moest het een roman worden.”

Het etiket fungeert meteen ook als een waarschuwing voor de lezer: geloof niet alles wat er staat, want De vergeting is ook een gewiekst spel met de autobiografie. “Als ik zeg dat het een roman is, kan alles zowel waar zijn als gelogen. De kern zit toch eerder in de verbeelding dan in het geheugen.” “Mijn nieuwste obsessie ben ikzelf”, noteert Daan Heerma van Voss in De  vergeting. Hij bombardeert zijn brein tot een wonderlijk onderzoeksobject en doet dat op erg minutieuze wijze. In een klein jaar tijd had hij dit boek klaar. Dat is verrassend snel. “Ik kan enkel obsessief aan iets werken. Daardoor krijg ik in korte tijd veel gedaan. Normaal heb je als schrijver twee levens: het schrijvende leven en het leven dat je daarbuiten leidt. In de periode dat ik aan De vergeting schreef, viel ik compleet samen met die zoektocht naar mezelf.” Bang dat er te veel verloren zou gaan, verzamelde hij brieven en getuigenissen, belde hij vrienden op en hield hij dagboekaantekeningen bij. “Ik moest zo snel mogelijk die herinneringen bij me zien te krijgen. Het bracht een existentiële haast mee. Toch ging het heel automatisch. Het heeft tenslotte ook iets vitaals, je herinneringen terugwinnen.” Tegelijk hield het tijdelijke geheugenverlies een duidelijke waarschuwing in. Normaal komt TGA voor op middelbare leeftijd: “Ik ben er altijd snel bij. Ik ben een vroege leerling, ook in geheugenverlies”, lacht hij schamper. “Natuurlijk vroeg ik me af: had ik voordien te veel gewerkt, was ik te druk bezig? En wat betekenden die nachtmerries? Daarom is TGA net een syndroom: je kunt er niet achterkomen wat er precies gebeurd is. Ik bevond me in een Escherachtige cirkel, een trap waaraan geen einde kwam. Schrijven komt voort uit een drang naar fantasie, waarmee je ook angsten wil dempen. Te veel schrijven zorgt dan weer voor minder nachtrust. Wat op zijn beurt voor meer angsten en visioenen zorgt. En net dat onbeheersbare proces leverde dit boek op.”

De oerangst die Heerma van Voss tijdens de amnesie in de klauwen had, slaat op de lezer over. “Die angst in je lichaam is haast niet uit te leggen. Het haalt je hele wezen omver, het is alsof er iets uit je is weggenomen. Het enige wat ik kon doen, was in mijn onderbroek kijken om na te gaan tot welk geslacht het dier behoorde. Bovendien valt een complete wereld van sociale logica weg. Het ontkent wat je in het dagelijks leven bent.” Toch week de ochtendlijke angst en trok Heerma van Voss diezelfde middag nog naar een lang afgesproken interview met de VPRO. Om’s avonds zelfs de kroeg in te duiken. Dat klinkt paradoxaal. “Ik realiseer me dat er heel wat ongeloofwaardigs aan dit verhaal kleeft. Het verloop van zo’n amnesie is nu eenmaal grillig. In de loop van de dag kreeg ik af en toe herinneringen terug. Als je dat interview met Jeroen van Kan opnieuw beluistert, klinkt mijn exposé zelfs redelijk coherent. Toch hebben we het nergens inhoudelijk over, ik maakte gewoon de tijd zoek. Het moet een soort verdedigingsmechanisme zijn geweest, iets wat je ook weleens ziet bij beginnende alzheimerpatiënten: dat ze hun vergeten kunnen maskeren. Na het interview belandde ik dan ook in dezelfde puinhoop als daarvoor. Ik stortte in. Dat ik ’s avonds alweer op café ging, vind ik niet onlogisch. Ik was gewoon te bang om op bed te gaan liggen en weer te gaan slapen. Al was het natuurlijk stupide omdat te doen.”

In De vergeting spant Daan Heerma van Voss nogal wat medisch-wetenschappelijke literatuur over de werking van het geheugen voor zijn kar. Douwe Draaisma en Oliver Sacks passeren de revue, net als gespecialiseerde publicaties. Maar na een wat teleurstellende passage door de ziekenhuizen, moet de medische stand het ontgelden. De dokter is eigenlijk een kletsmeier, vindt Heerma van Voss. “Medici bedrijven helemaal geen exacte wetenschap. Ze hebben vooral heel veel woorden bedacht om te zeggen dat ze het niet weten. Zelfs als ze geen idee hebben, verpakken ze het zodanig alsof ze het wel degelijk weten. Die duurwoorderij stuit me erg tegen de borst. Kun je dan niet gewoon even zeggen: we weten het niet? Ik word er ellendig van dat er toch een diagnose moet zijn. Ook ‘syndroom’ is een hol begrip.”

Onvoorspelbare hond

De vergeting mag dan wel een frenetieke ‘à la recherche du mémoire perdue’ zijn, Heerma van Voss houdt het wel luchtig en last hilarische momenten of droogkomische zinnetjes in. Op geen enkel moment wordt het een zwaartillend boek. “Nochtans een reëel gevaar”, geeft Heerma van Voss toe. “Maar na die periode van werkelijk existentiële angst probeerde ik er relativerend mee om te gaan. Ik wil ook tonen hoe absurd het geheugen werkt. Je herinnert je vaak ongerijmde details. Het mocht vooral geen theatraal, zwelgend boek worden.” Er was nochtans die ene, opdringerige zin, die Heerma van Voss nauwelijks kon afschudden: “Ik bevind me in een roodgewatteerde schedel, met kloppende chromen aderen tussen de ogen.” Maar Heerma van Voss riep zichzelf tot de orde: “Dat was een belachelijke zin. Hij klonk als een volkomen fout citaat uit een powerballade uit de jaren tachtig.” In zekere zin is De vergeting een echo van de beroemde frase van Cees Nooteboom uit Rituelen: “De herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil.” Je kunt het geheugen niet zomaar dresseren. “Het gekke van herinneringen is dat ze eigenlijk altijd waar zijn, tenminste vanuit je eigen beleving”, zegt Heerma van Voss. “Zo tikte mijn moeder me op de vingers over een jeugdherinnering. Het klopt niet dat je vader je verzorgde en jij bij hem op schoot zat, zei ze, ik was dat. Maar ik herinner het me wel op die manier. Dus het is mijn waarheid. Het geheugen negeert de feiten. Het heeft zo iets van een onvoorspelbare hond die je soms wil aaien, en dan weer stout gaat blaffen, maar wel steeds zijn eigen weg gaat.”

Talloos zijn de auteurs die rond de reconstructie van herinneringen, plekken en personages een oeuvre hebben gebouwd: Rutger Kopland, J. Bernlef, Patrick Modiano en Marcel Proust. “Als één thema een oeuvre rechtvaardigt, dan is het wel de herinnering. Helaas gebeurt dat bijna altijd op een melancholische manier, met mijmeringen over het vervlieten van de tijd. Wat ontbreekt, is die strijd en die wilskrachtomherinneringen terug te halen. Dat wilde ik in De vergeting tonen.”

De titel De vergeting refereert aan een oud- Nederlands, in onbruik geraakt woord. Het roept iets ‘kortstondigs’ op en dekt daarmee perfect de lading. “Tegen de tijd dat ik het woord aantrof, had ik het zelf al verzonnen”, zegt hij. Heeft een jonge, hedendaagse schrijver ironie Nodig om zich staande te houden? Heerma van Voss: “Te veel ironie heeft iets vals. Het mag geen maniertje worden, het mag oprechtheid niet in de weg staan. Maar ironie weerspiegelt wel mijn licht absurdistische wereldvisie. Het is een vorm van masochisme. Je staat jezelf bepaalde dingen niet toe omdat ze te persoonlijk zijn, waarna je jezelf op de handen slaat. Ik zoek de balans tussen welgemeende intimiteit, ernst en ironie.”

Op zijn 27ste heeft Heerma van Voss drie romans geschreven, houdt hij er een bloeiende praktijk als interviewer op na en staat hij mee aan de wieg van uitgeverij Babel&Voss, die onder meer het tijdschrift Das Magazin lanceerde. Hij is een literaire einzelgänger. Raakpunten met zijn generatie zullen hem worst wezen. “Bestond dat generatiegevoel dan bij W.F. Hermans, Gerard Reve en Harry Mulisch, de Grote Drie van de Nederlandse literatuur? Behalve hun geboorteperiode hadden ze amper iets gemeen.” Een van zijn literaire helden, naast J.M. Coetzee en Cees Nooteboom, is P.F. Thomése. Omdat hij elke keer weer een volstrekt ander boek schrijft. Dat is ook Heerma van Voss’ ambitie. “Als je roman in druk verschijnt, heb je telkens spijt van alle gemaakte keuzes en onbenutte mogelijkheden. Net als Hugo Claus, die dat ooit in een interview opmerkte, verzet ik me met elk volgend boek tegen het vorige. Het is een directe tegenreactie. Na mijn eerste boek, waarin ik een introspectieve, oudere psychiater opvoerde, dacht iedereen: dit wordt een oudemannenschrijver. Dus schreef ik een boek over twintigjarigen. Nu al voel ik het uitgesproken autobiografische van De vergeting als een tekortkoming. Het staat me tegen. Dus wordt mijn volgende roman – een spiegelbeeld van De vergeting – helemaal anti-autobiografisch.” (lacht)

Erotisch drieluik

Intussen diende zich nog een andere verlokkelijke opdracht aan. In september verschijnt bij Querido het erotische drieluik 25, 45 en 70, dat Heerma van Voss samen met Gouden Uilwinnaar David Pefko en de jonge auteur Jamal Ouariachi verzon. De trilogie brengt de escapades van Hanna, een vrouw met een turbulent liefdesleven, en wil “een halt toeroepen aan erotica als plat letterenvermaak”. Het Nederlandse antwoord op Vijftig tinten grijs? “Het verband met Vijftig tinten interesseerde me niks. Ik heb het boek ook niet gelezen, het leek me knudde. Maar toen Querido en David Pefko met het idee aankwamen, begon ik wél een personage voormete zien, een oude vrouw die intimiteit vindt in onpersoonlijkheid. Ik ambieer een combinatie van eenzaamheid, verlossing en geilheid. Al besef ik dat erotiek een van de moeilijkste literaire aangelegenheden is. Hoe de lezer wezenlijk te treffen zonder te vervallen in sentiment of banaliteit?”

De medische wereld is blij.

by admin on maart 26, 2013

‘Met grote precisie, mooie overpeinzingen, scherpe humor en een kritische blik – ook op ziekenhuizen en artsen – stippelt hij zijn verhaal uit. Daarbij gaan zijn gedachten geregeld langs literatuur, schrijvers, films en superhelden, terwijl morele overwegingen over het schrijven van het boek de kop opsteken en uiteindelijk ook pijnlijke herinneringen – verbonden aan de liefde – terugkeren.’ – Medisch Contact

Mooie bespreking Groene Amsterdammer

by admin on maart 26, 2013

‘Allemaal echt gebeurd maar daar heb je dan wel literatuur bij nodig om er een kunstwerk van te maken. [...] Ik hou van boeken die me meenemen in een waar spiegelpaleis van hele en halve waarheden, verdubbelingen, rare reflecties en verdwijntrucs.’ Kees ‘t Hart in De Groene Amsterdammer. Alhier

Het tribunaal: aangeklaagd door Gerard Spong

by admin on maart 15, 2013

Op 16 april 2013 zal Daan Heerma van Voss terechtstaan. De auteur zal in een literair tribunaal in de Singelkerk te Amsterdam terechtstaan wegens zijn roman De Vergeting. Mr. Gerard Spong zal in dit tribunaal optreden als openbare aanklager. De schrijver die in zijn roman zijn gelijknamig hoofdpersonage zijn ziel aan de duivel laat verkopen, zal samen met zijn advocaat en redacteur Suzanne Holtzer van De Bezige Bij de degens kruisen met de openbare aanklager die zelf als ‘advocaat van de duivel’ ooit de verdediging van Osama Bin Laden op zich nam. In het belang van de handhaving van de rechtsorde en vanwege het literair misbruik in deze zaak heeft mr. Spong de verdachte ten laste gelegd:

Tenlastelegging t.a.v. verdachte Daan Heerma van Voss

I — dat hij op of omstreeks en sedert 22 februari 2013 in Amsterdam althans in Nederland opzettelijk de eer en/of de goede naam van een aantal van zijn familieleden en vrienden heeft aangerand en het recht op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer heeft geschonden door het vermelden van diverse persoonlijke en/of intieme zaken van, en/of onwaarheden over, deze familieleden en vrienden in het door hem geschreven en verspreide boek De Vergeting waarin hij hen met hun werkelijke voornamen en achternamen heeft genoemd dan wel op zodanige wijze heeft opgevoerd dat het objectief gezien buiten redelijke twijfel staat en voor het publiek gemakkelijk herkenbaar is om welke werkelijk bestaande personen het gaat.

II — dat hij op of omstreeks en sedert 22 februari 2013 in Amsterdam althans in Nederland, met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het verspreiden van een of meer leugenachtige berichten in een koopwaar, te weten het boek De Vergeting, de pecuniaire en/of literaire waarde van die koopwaar heeft doen stijgen of althans gepoogd heeft die waarde te doen stijgen.

III — dat hij op of omstreeks en sedert 22 februari 2013 in Amsterdam althans in Nederland van een voorwerp, te weten het boek De Vergeting, de werkelijke aard heeft verborgen en verhuld, terwijl hij wist en weet dat dat voorwerp afkomstig is van een schending van het recht.

In De Vergeting wordt de vraag naar de morele grenzen van het schrijverschap aan de orde gesteld. Heerma van Voss is inmiddels gebombardeerd tot voorman van de jongste letterengeneratie, en tegelijk tot literaire einzelgänger, wiens generatie hem ‘worst zal zijn’. In Vrij Nederland wordt hem ‘louter ironie’ verweten, maar in De Groene Amsterdammer wordt hij juist genoemd als representant van de nieuwe generatie schrijvers die gelooft in het maken van een oprecht kunstwerk.

Is het toegestaan dat een auteur in zijn werk vrienden, familieleden en anderen uit het werkelijke leven, tot personages maakt waarbij zij bij hun werkelijke naam worden genoemd of anderszins herkenbaar worden opgevoerd? Deze vraag wordt door Daan Heerma van Voss in de Faust-scène in zijn roman aan de orde gesteld en is nu de inzet van dit Literair Tribunaal.

Christien Brinkgreve en Emile Affolter, respectievelijk moeder en vriend van de verdachte, zullen optreden als getuigen à charge. Zijn vrienden Daniël Van Der Meer en Sophie De Vries zullen à décharge oftewel in zijn voordeel getuigen. Jan Van Mersbergen, Kitty Courbois en David Pefko zullen verschijnen als amici curiae. Felix Rottenberg zal als rechter fungeren en het vonnis wijzen. Het normenstelsel aan de hand waarvan hij de zaak zal beoordelen omvat zowel (strafrechtelijke en civielrechtelijke) rechtsnormen als andere belangrijke normen in onze samenleving. Zal de rechter in dit bizarre, theatrale tribunaal erin slagen om een aansprekende balans te vinden tussen het belang van literatuur en dat van literatuurslachtoffers?

Het Tribunaal vindt plaats in De Singelkerk in Amsterdam. Aanvang: 20.00 uur.

Voor meer informatie, verslaggeving of interviewaanvragen met Daan Heerma van Voss, Gerard Spong, Felix Rottenberg en/of Suzanne Holtzer kunt u contact opnemen met Saartje Schwachöfer: 020-305 98 15 / s.schwachofer@debezigebij.nl

De toegang is vrij. Plaatsen dienen gereserveerd te worden via: www.spui25.nl

Eerste 4000 (eerste druk) op. Herdruk!

by admin on maart 13, 2013

Een ronde over het bizarre slagveld:

‘Met De Vergeting toont Daan Heerma van Voss zich de voorman van de jongste letterengeneratie.’ – HUMO

vs.

‘Van Voss is een literaire einzelgänger. Raakpunten met zijn generatie zullen hem worst wezen.’ – De Morgen

‘Narcistisch en pedant.’ – De Volkskrant

vs.

**** ‘Niet de saillante details die op deze openhartigheid volgen, bepalen de toon van deze roman. Waar het om gaat is dat Heerma van Voss subtiel de kern van onze identiteit ontrafelt, die een perfecte afdruk is van hoe we het verleden herinneren.’ – Cutting Edge.

‘Vol met zinnen die maar moeilijk te begrijpen zijn.’ – NRC

vs.

‘Dit is een onvergetelijke roman over vergeten. Daan Heerma van Voss schrijft met een etsnaald.’ – Peter Buwalda

‘Daan Heerma van Voss heeft moeite met ernst.’ – Vrij Nederland

vs.

‘Heerma van Voss beschikt over zo’n slagvaardige taal dat hij de lezer fysiek laat voelen hoe het niets aanvoelt, hoe gemakkelijk de grond onder je voeten zomaar kan verdwijnen.’ – Knack Focus

Recensie CultuurBewust

by admin on maart 11, 2013

***** – ‘Na een beschrijving van deze eerste dag verliest Heerma van Voss zich in een achronologische bespiegeling over vergeten, herinneringen, de liefde en literatuur. Hij schrijft vlot en to the point: in de roman worden weinig uiterlijkheiden beschreven. Hoe ziet Daniël er bijvoorbeeld uit? Of het huis van zijn ouders? In De Vergeting is het verhaal gestript van al deze informatie. Wat overblijft is filosofisch en poëtisch, maar tegelijkertijd openhartig en grappig.’ Hele stuk alhier.

(Tussendoor was er nog een slechte, maar vooral slecht geschreven recensie in NRC, maar die laat ik niet op mijn site zetten. Dat vind ik te deprimerend.)

De Avonden

by admin on maart 11, 2013

Hoera, over de roman, niet over de aanleiding. Alhier te beluisteren.