The Last Game In Town: De Morgen

by admin on juni 16, 2014

Last game in townLast game in town

Essay in The New York Times

by admin on juni 3, 2014

the-new-york-times

The Day of Forgetting, alhier te lezen.

**** Gazet van Antwerpen lovend over Het Land 32

by admin on mei 27, 2014

**** ‘Een roman die onder de huid kruipt en die van grote rijpheid getuigt. Wrede en tedere passages wisselen elkaar af. De lezer blijft met meer vragen dan antwoorden achter, maar ongetwijfeld ook met een onvergetelijke leeservaring.’ – Gazet van Antwerpen.

Alhier te lezen.

De Tien – nu in de boekhandel

by admin on mei 23, 2014

naamloos

Toine Donk: ‘Wie zijn de grote schrijvers van de toekomst? In Engeland voorspelt Granta dit al decennialang succesvol. Nu brengt literair tijdschrift Das Magazin deze traditie naar Nederland. Op 23 mei verschijnt De Tien, een gebonden, fraai vormgegeven boek met de tien beste jonge schrijvers van dit moment. Gekozen door de oprichters van Das Magazin, samen met Herman Brusselmans en Katrijn van Hauwermeiren.’ Meer informatie alhier.

Boekenkrant lovend over Het Land 32

by admin on mei 15, 2014

 

‘**** Het Land 32 is een prachtige roman van een ongrijpbare schoonheid. Juist die ongrijpbaarheid is het grote pluspunt: Daan Heerma van Voss heeft de grillen van de herinneringen die hij beschrijft tot in perfectie doorgevoerd. Waarom zouden we eigenlijk antwoorden willen?’ – Boekenkrant

voor daan

Artikel over Chatham, NY (De Morgen 14-5)

by admin on mei 15, 2014

Hier te lezen.

Het Land 32 genomineerd voor Halewijnprijs

by admin on april 28, 2014

land 32 omslag

land 32 omslagPersbericht: ‘Daan Heerma van Voss is met zijn roman Het land 32 genomineerd voor de Halewijnprijs 2014. De andere genomineerden zijn: Alex Boogers, Jannie Regnerus, Daan Remmerts de Vries, Bianca Stigter, Christophe Vekeman en Pauline van de Ven.

De Halewijnprijs wordt jaarlijks uitgereikt aan een literair talent, dat op grond van de kwaliteit van haar of zijn werk extra belangstelling verdient. Eerdere winnaars zijn o.a. Tommy Wieringa, Joke Hermsen, Esther Gerritsen en Allard Schröder. De uitreiking vindt plaats op zaterdag 22 november a.s.’

8 Weekly lovend over Het Land 32: ****

by admin on april 27, 2014

****

 

Een boek om moeite voor te doen

25 april 2014

Stevige kost, zo zou je Het land 32 wel kunnen noemen. Daan Heerma van Voss zoekt met zijn vierde roman de grens op tussen tomeloze ambitie en vervreemdend geëxperimenteer.

Het land 32 leest niet lekker weg, maar dat was ongetwijfeld ook niet de bedoeling van Daan Heerma van Voss (1986). Hij was niet van plan om het zoveelste leuke boek te schrijven. ‘Volgens mij is het iets heel bijzonders geworden. Iets wat er echt nog niet is. Als je je eraan committeert, kan het zomaar een belangrijk boek voor je zijn,’ zei Heerma van Voss enkele maanden geleden in Volkskrant Magazine over zijn jongste roman. En je eraan committeren, dat moet wel, want lichte kost is het niet.

Stanleys, Penny’s en Stella’s
Het land 32 kort samenvatten is niet eenvoudig. Het hoofdverhaal gaat over een man die zich Marlon Brando noemt, maar soms ook Stanley. Hij wordt plotseling – zonder enige herinnering – wakker in een verlaten legerbasis, of een psychiatrisch ziekenhuis. Hij wordt daar verzorgd door een oude man, Vrijdag, en ontdekt dat er ook nog een meisje zit opgesloten in hetzelfde gebouw: Penny Lane, ook wel Stella genoemd. Duidelijker dan dat wordt het niet. En dan wordt het hoofdverhaal ook nog eens afgewisseld met allerlei korte verhalen over Stanleys, Penny’s en Stella’s.

Het land 32 staat vol uiteenlopende thema’s, schrijfstijlen en verwijzingen naar films, boeken en muziek. Dat maakt het een ambitieus boek van een ambitieus auteur. In veel recensies wordt dat als hoogdravend afgedaan, als te hoog gegrepen. Maar die ambitie zorgt er wel voor dat de roman onmiddellijk opvalt tussen de vele boeken van leeftijdsgenoten die draaien om een jong personage dat niets anders doet dan rondhangen met vrienden, uitgaan en treuren over een verloren liefde. ‘Raakpunten met zijn generatie zullen hem worst wezen’, schreef De Morgen al over zijn boek De vergeting uit 2013. En dat is nog steeds zo bij Het land 32: de roman staat mijlenver af van de snelle, hippe en vaak oppervlakkige boeken van medetwintigers.

Feit en fictie
In het boek gaat Marlon Brando/Stanley op zoek naar zijn herinneringen. Zijn geheugen is echter opgebouwd uit beelden uit films en personages uit boeken. Dat creëert een ongemakkelijke sfeer: wat heeft Marlon écht meegemaakt, waar ligt de scheidslijn tussen feit en fictie? Bovendien wordt je als lezer continu gedwongen om te graven in je eigen herinneringen. Want welke filmscène ziet Marlon Brando voor zich, naar welk boekpersonage verwijst hij?

Wie het boek na ruim 500 pagina’s dichtslaat, blijft niet achter met een voldaan gevoel. Geen afgerond verhaal of helder plot: het boek is vooral een experiment, bedoeld om vragen op te roepen. Een boek om moeite voor te doen, en niet om snel en moeiteloos te consumeren. Of Het land 32 een geslaagd experiment is? Wel voor iedereen die niet vies is van een flinke dosis ambitie.

Telegraaf positief over Het Land 32

by admin on april 24, 2014

‘Duizelingwekkend epos. Dat is wat literatuur beoogt: verbazen en dwingen tot nadenken.’

telegraaf

Laatste tourweek, blog

by admin on april 21, 2014

Maandag 14 april.  Haren en Groningen. De school in Haren is er een voor doven en slechthorenden. Naast me op de achterbank: Aukelien Weverling. Zij kijkt naar buiten en roept af en toe ‘veulentje!’. De cd van de Velvet Underground hapert al bij het derde nummer. Fuck my life. Ik herinner me een lezing van een paar weken geleden, toen er na afloop iemand op me afkwam met de tekst: Je hebt prachtig gesproken. Nu ga ik maar weer op huis aan, want ik ben doof.

Het gesprek komt pas echt op gang wanneer een leerling vraagt wat vooraf onze ideeën waren over doven. Ik vertel dat goedhorenden en goedzienden elkaar soms vragen wat ze erger zouden vinden, blind zijn of doof. Vrijwel allen antwoorden dan: doof. Ze vrezen de eenzaamheid van het afgesneden zijn van het dagelijkse gesprek. Ik vraag de leerlingen of zij zich eenzaam voelen. Iedereen knikt van wel. Na een tijdje mompel ik: maar goed, ik voel me dat ook, en met mij is zogenaamd niks mis. Vanaf dat moment begrijpen de klas en ik elkaar volkomen, ik heb de gebarentolk nauwelijks nodig. Een jongen zegt dat hij uit Kampen komt. Ik zeg: Jaap Stam. Het gezicht van de jongen klaart op. Communicatie, dames en heren, daar draait het om. Er ontwikkelt zich een groepsgesprek, over eenzaamheid, woorden, taal en als ik buiten sta mis ik mijn gebarentolk. Volgens de hoofddocent hebben de leerlingen het bijzonder leuk gevonden. Ze zegt: iemand zei zelfs dit. Er volgt een onduidelijk gebaar met schuivende vingers. En dat is een heel groot compliment, besluit ze. Hierna naar Groningen, een school vol toekomstige sporters. Leerlingen geven een handje van tevoren. Ze maken aantekeningen. Twee jongens vragen of we hun dalton-map willen signeren. Ik praat over boeken en schrijvers en zeg dat we te maken hebben met ‘een goede lichting’. Er wordt instemmend geknikt. Om kwart over drie keren we terug, met het vooruitzicht van weer drie uur in de auto. Ik weet niet of ik een missionaris ben of een idioot, maar het was een goede dag.

 met jan

Woensdag 16 april, Duiven en Velp. Mijn girl friend, Doortje S., is mee. De auto van vandaag: een fiat punto, eigenlijk een soort rijdende groepshug. Het eerste halfuur in de auto breng ik in stilte door, in mezelf biddend dat ze het niet gênant gaat vinden. Jan van Mersbergen vertelt over zijn reis naar Arnhem vorige week, toen er iemand voor de trein sprong, over de immense klap die de wagons verstilde, en de mannen die uren achtereen het onderstel van de trein controleerden op menselijke resten. Onderweg lees ik de bijzonder leuke reacties van leerlingen na eerdere bezoeken, volgens mij zijn ze oprecht. Op de Duivense parkeerplaats snellen scooters voorbij, iemand roept Al Qaidaaaa, zijn stem vervliegt. Een klas stelt de vraag met welke smiley onze boeken het beste omschreven kunnen worden. :s Tussen de twee lessen in gaan we naar Rebers in Zevenaar, de boekwinkel waar Ferry Visser werkt. We krijgen bagels met zalm. Boeken signeren. Als men twijfelt over de zin van boeken, ga naar Zevenaar, vraag naar Ferry. Teruglopend naar de auto zegt Jan peinzend: Er bestaat zo’n man zonder armen en benen. Ik: Je bedoelt; een romp. Jan: Ja, die romp. Die romp geeft dus overal lezingen. Hij past in een Dirk van den Broek-tas, maar het schijnt allemaal heel inspirerend te zijn. Dan zie je zo’n filmpje van die romp, strompelend naar zee, en een voice-over die zegt dat het leven toch zo mooi is. Ik kan daar weinig mee. Ik: ik ook, Jan, ik ook.

jaapstam

Dan: naar Velp. Tweede school: het Titus Brandsma. Een Turks meisje, de koningin van de klas, toont zich eerst een uitgesproken sceptica, maar binnen de kortste keren brengt ze lastige jongens tot zwijgen. Jan en ik vertellen over onze laatste boeken, op de een of andere manier wordt de weerstand gebroken, aan het einde van de les signeren we het lesrooster van het Turkse meisje. Doortje vindt het jammer dat het steeds maar niet uit de hand loopt. Op de terugweg vraag ik of het is wat ze ervan verwachtte. Zij: Ja.

Vrijdag 18 april, Utrecht. DE LAATSTE TOURDAG. Als om dat te vieren heeft het St. Gregorius zich uitgedost: er lopen spoken rond, half in kostuum. Sommigen hebben hun spijkerbroek alweer aan, maar de schmink en het namaakbloed in de mondhoek zijn nog niet weggeveegd. Het is een eigenaardig gezicht. Op een poster staat de tekst: Wat is t toch fijn dat er homo’s zijn. Ik weet niet waarom, maar ik blijf het een met het ander in verband brengen. Lieke Marsman is met me mee, net als Daan, vertegenwoordiger van een van de duizenden stichtingen (Stichting Lezen), alsook een van de zestien miljoen particulieren die de tour geen subsidie hebben verleend. Het is hem vergeven. Hij heeft een leren jasje aan en een aviatorbril met een Bavaria-merkje in de hoek van het glas. En wanneer we door Utrecht rijden somt hij zeker drie plekken op waar hij ooit in elkaar is geslagen.

Lieke kan mooi voorlezen, het is een goede klas die we tegenover ons hebben, er zijn maar een paar jongens die het heel raar zeggen te vinden dat wij schrijvers zijn. Als ik vraag waarom het raar is, antwoordt hun woordvoerder dat het gewoon raar is. Aan zijn gezicht te zien vindt hij het ook een beetje vies. Ik vraag aan de leerlingen of zij weleens met de gedachte spelen te gaan schrijven. Een aardige, slimme jongen op de eerste rij zegt dat hij daar te talentloos voor is. Vooral het ‘te’ intrigeert me. Ik antwoord geruststellend: dat er veel talentloze schrijvers rondlopen, dat je nooit te talentloos kunt zijn. Er wordt gelachen en volgens mij heb ik mijn pedagogische taak vervuld. Ik denk aan het Turkse meisje over wie ik al eerder schreef: ik ben Facebookvriend met haar geworden, ze is bezig aan mijn boek, ten bewijs heb ik een foto gezien waarop ze aan het lezen is. Ik weet zeker dat zij, wanneer Jan en ik niet waren langsgekomen, niet aan het lezen zou zijn. Nu is het onze collectieve taak – alle schrijvers die rondkloten op Facebook opgelet  – haar niet af te schrikken met kloteboeken. Ze heet Seyma.

De laatste vraag van de dag – alsof geënsceneerd – is hoe ik de tour heb gevonden. Welnu. Ik heb de tour geïnitieerd, vervloekt, trouw vervuld, met de schrijver naast me heb ik het zonder uitzondering goed gehad, er is gelachen, er zijn dingen gestolen uit benzinepompwinkels, er is een auto gecrasht, er is gehuild (ik zeg niet door wie), met Anne, Sharon, Veroniek was het bijzonder leuk, al zetten ze soms het geluid van Blood on the Tracks: New York Sessions wat zachter omdat de harmonica ‘te snerpend’ was. Ik zal het allemaal missen. En de kinderen? Ze zijn niet ongeïnteresseerd, alleen rusteloos. Niet kwaad, alleen ongeduldig. Niet dom, alleen overladen met het leven. All is not lost. Waarom heb ik eigenlijk ooit gedacht van wel?