Recensie Post Online over ‘Het Land 32′

by admin on maart 20, 2015

Wakker worden en niet meer weten wie of waar je bent. Compleet verloren in een wereld die niet van jou is en die je niet kent. Vermagerd, uitgehongerd en alleen. En het ergste: beroofd van je geheugen. Daan Heerma van Voss grijpt de lezer met dit fenomeen en sleurt je mee in een soort delirium in Het Land 32.

Het is moeilijk om dit verhaal te omschrijven zonder teveel weg te geven, want eigenlijk is dit boek het best om in te beginnen zonder dat je weet waaraan je begint. Dat brengt je als lezer het meest in verwarring, de verwarring die de hoofdpersoon ook voelt en waarmee het boek je vasthoudt. De korte promotekst geeft het minst weg, maar wel een kleine indruk: “In het midden van een bos staat een gebouw waarin een oude man waakt over de zojuist wakker geworden Marlon. In deze ruimte heersen de wetten van overleving. De oude man leert Marlon te jagen op de weinige dieren die er in deze omgeving zijn, in ruil voor verhalen en herinneringen. Niet ver van Marlon ligt een meisje op een ziekbed. De beide mannen raken in haar ban en ieder begint op zijn eigen manier van haar te houden. De oude man zorgt voor haar fysieke welzijn, Marlon voedt haar met zijn verbeelding.”

Geheugenverlies

Daan Heerma van Voss (1986) is schrijver, interviewer en historicus. In 2010 komt zijn eerste roman Een Zondagsman uit. Ook verschenen er essaybundels, gebundelde interviews en een bloemlezing van zijn hand. In 2013 verschijnt zijn tweede roman De Vergeting. In september van dat jaar verschijnt 70, het derde deel van een erotische trilogie waaraan hij samen met David Pefko en Jamal Ouariachi aan werkt.

De Vergeting is het boekom even uit te lichten in dit geval. In januari 2012 wordt Heerma van Voss namelijk wakker zonder te weten wie hij is. Hij moet zijn geheugen en herinneringen terugvinden. Die zoektocht naar zijn geheugen beschrijft hij in De Vergeting. Dat moet een tergende reis zijn geweest, niet meer weten wie je bent en dat terug moeten zoeken. Die ervaring lijkt ook de inspiratie te zijn geweest voor Het Land 32. Een verhaal dat grijpt, verwart en irriteert zonder dat je wil stoppen met lezen.

Vervelend herkenbaar

Heerma van Voss weet de verwarring namelijk tot vervelends toe goed over te brengen. De eerste vier hoofdstukken is de lezer volledig het spoor bijster. Het duurt bijna 100 pagina’s voor duidelijk wordt wat er ongeveer aan de hand is. Dankzij metaforen, een bijna surrealistische schrijfstijl en een lange spanningsboog, weet hij de aandacht van de lezer goed vast te houden en vervalt hij niet in saaie passages. De details, de zeurende traagheid en de frustratie houden de lezer vast tot het allemaal wat opgehelderd is. Dan heeft hij weer een nieuwe spanningsboog, een nieuwe missie voor de hoofdpersoon en is het mogelijk met gemak de 500 pagina’s door te werken.

Het boek laat een bijzondere relatie tussen drie personen zien. Een machtsverhouding, vriendschap, vijandschap, liefde op een soms zieke manier. Het idee van goed en kwaad en de angst voor de dood en het vergeten. Het menselijke in ons dat altijd zal willen overleven en zich daarom soms overgeeft aan mensen of situaties. De hoofdpersoon overleeft door verhalen te schrijven: hij reconstrueert een leven omdat hij, zoals eigenlijk ieder mens, niet zonder herinneringen kan.

Daan Heerma van Voss heeft met Het Land 32 een briljant boek afgeleverd. Hij weet de lezer ruim 500 pagina’s vast te houden in een situatie die niemand wil kennen, omschrijft die in een prachtige schrijfstijl met een goede spanningsboog. En dit is pas zijn derde roman. Vanaf nu kan het eigenlijk alleen nog maar beter worden.

Door: Ingelise de Vries

Hard Gras nummer 100 uit

by admin on februari 22, 2015

hard gras

Met daarin het eerste artikel dat Daan Heerma van Voss en Thomas Heerma van Voss ooit samen hebben geschreven. Over Ton Ojers, cultheld.

 

Nieuwe interviewserie begint vandaag, in De Volkskrant

by admin on februari 11, 2015

Van de ene

Verhaal in de (Amerikaanse) Vogue

by admin on februari 2, 2015

 

vogueAlhier te lezen.

Het Land 32 genomineerd voor de Cutting Edge Award, (Vlaamse) prijs voor beste Nederlandstalige werk van het jaar

by admin on januari 21, 2015

cutting edge

Andere genomineerden: Jeroen Brouwers, Erwin Mortier, Peter Terrin en Niña Weijers. Stemmen alhier.

Beste van 2014, regionalen: Het Land 32 op drie

by admin on december 23, 2014

Haarlems Dagblad, IJmuider Courant, Leidsch Dagblad, De Gooi- en Eemlander en Noordhollands Dagblad

haarlemsd

Het Land 2014 bij beste boeken van het jaar (volgens Knack)

by admin on december 19, 2014

Knack

Tentoonstelling Stedelijk Museum: Literatuur op het scherm

by admin on december 3, 2014

Literatuur op het Scherm: Het land binnen de muren

Midden in het hart van Amsterdam, nabij Centraal Station ligt het Marineterrein, dertig hectare groot en ontoegankelijk voor burgers. Sinds de zeventiende eeuw heeft het terrein een militaire functie; van de scheepswerf van de Admiraliteit tot helikopterlandingsplaats en safe haven. In de loop van 2015 krijgt een gedeelte van het terrein voor het eerst weer een publieke functie en opent het voorzichtig zijn poorten.

HetlandbinnendemurenLiteratuurophetScher

Ontwerpers Sjoerd ter Borg en Jorrit Schaap kregen toestemming om alvast vijf schrijvers uit te nodigen op het terrein en hen een fictief verhaal te laten schrijven over deze plek. Op de interactieve website van het project ‘Het land binnen de muren’ worden de verhalen gebruikt als methode om dit nieuwe stuk stad in kaart te brengen. Door middel van een wisselwerking tussen literatuur, fictie en ontwerp wordt het Marineterrein ontsloten en wordt er een alternatief startpunt voor de geplande gebiedsontwikkeling gecreëerd.

Auteurs: Carolina Trujillo, Daan Heerma van Voss, Gustaaf Peek, Allard Schröder en Niña Weijers.
Concept en vormgeving: Sjoerd ter Borg, Menno Hoope en Jorrit Schaap
Eindredactie: Daniël van der Meer, Luc Mastenbroek.
Fotografie: Koos Breukel, Sander Troelstra

 

Datum en tijdstip: zaterdag 13 december, 15.00 – 17.00u
Locatie en adres: Auditorium Stedelijk Museum Amsterdam, Museumplein 10
Meer informatie over het programma volgt spoedig per nieuwsbrief van het Stimuleringsfonds en op deze website.

Ons Erfdeel positief over Het Land 32

by admin on november 27, 2014

onserfdeel

‘De roman is zonder meer overtuigend als bewijs van de ambitie en het compositorisch talent van Daan Heerma van Voss. [...] De bewustzijnsstroom van de hoofdfiguur, zijn geschreven en uitgesproken verhalen, zijn houtskooltekeningen en dagboeknotities, zijn discussies met Vrijdag en de briefwisseling die hij met Penny voert: de schrijver weet ze met vaste hand te verbinden via interteksten, motieven en spiegeleffecten. [..] De architectuur van Het Land 32 imponeert meer dan de ideeën en de stijl. Daar staat tegenover dat de vele ingebedde verhalen – van een herschrijving van Planet of the Apes tot een amusante zedenschets van jonge literaire hemelbestormers – respect afdwingen als staalkaart van het verteltalent van de auteur.’ Door: Koen Rymenants.

(De recensie is langer, maar ik blijf niet aan de gang.)

Artikel Volkskrant over Basement Tapes (verschenen op 3 november)

by admin on november 7, 2014

Het verborgen land van de Basement Tapes

 De jeep schudt over de bosweggetjes, mijn kruin schiet tegen het plafond van de auto, takken slaan tegen de deuren. Er is mij verteld dat het huis nog overeind staat. Het is mei 2014, en ik bevind me in de bossen nabij Woodstock. In zekere zin heeft de reis zestien jaar geduurd.

Het begin was – achteraf – ronduit beschamend. Het was dankzij Knockin’ on Heaven’s Door, en dan ook nog Eric Clapton’s versie, dat ik naar Dylan begon te luisteren. Ik was twaalf jaar oud, onzeker van aard, maar niet zo onzeker dat ik geen diepe minachting koesterde voor de Top 40. Op een dag klopte ik op de glas-in-lood-deur van mijn vaders doorrookte werkkamer. Hij gebaarde me binnen te komen. Ik deelde hem mijn ontzetting over dit prachtlied mee. Zonder op te kijken zei hij: Het origineel is van Bob Dylan. Die avond, op mijn kamertje met hoogslaper, is het begonnen.

Na een maand waarin Napster en Winamp de belangrijkste woorden waren geweest, verwees mijn vader, als de volleerde muziekdokter die hij was, me door naar een zekere Hans. Hans werkte ’s zondags in een nabije platenzaak, en verkocht onder de toonbank illegale cd’s en platen, zogeheten bootlegs. Veruit de meeste bootlegs waren Dylan-bootlegs. Van mijn twaalfde tot mijn vierentwintigste kocht ik maandelijks zeker één bootleg, de rest downloadde ik. Op mijn vierentwintigste, zo’n tweeduizend Bob Dylan-cd’s later, nam ik me voor te matigen. (Het is zoals met alcoholisme: je kunt ervoor kiezen geen handelingen aan het verlangen te verbinden, maar dat is iets anders dan genezen zijn van de verslaving.)

Het illegale karakter van de collectie praatte ik voor mijzelf goed door te benadrukken hoeveel grootse muziek nooit officieel was uitgebracht. (Een schande!) Het oervoorbeeld in mijn betoog: de Basement Tapes. Die legendarische verzameling van meer dan honderd ballades, folkliedjes en lullaby’s die Dylan en de band die later The Band zou gaan heten, tussen juni en oktober 1967 opnamen. In dat roze huis dat Rick Danko midden jaren zestig had gevonden. Big Pink, West Saugerties, New York.

Organist Garth Hudson nam de liederen op voor zijn eigen plezier, het was niet de bedoeling dat de muziek openbaar zou worden. Maar de cassettes lekten uit en het uiteindelijke gevolg: vijf bootleg-cd’s vol met onvergetelijke melodieën, zuivere tonen en interessante composities, afgewisseld met vrolijk gelal, popparodieën en wisecracks. In 1975 bracht Columbia een gladgestreken selectie van de liederen uit, waaruit al het leven was geknepen. Binnenkort zullen de complete Tapes officieel verschijnen, in een zesdelige luxebox.

big pink

Abby, een Amerikaanse journaliste, zit achter het stuur. Volgens haar is het niet meer dan tien minuten rijden. We passeren ons tweede in de bast van een boom geslagen verbodsbordje. We zijn officieel aan het trespassen.

Ik heb in het openbaar zelden over Dylan gepraat, zelfs in geschriften heb ik me gedeisd gehouden. De reden hiervoor was tweeledig. Allereerst was er ergernis. Er waren (en zijn) veel te veel Dylan-door-to-door-salesmen aan het werk. Tv-babbelaars en andere fakes. Als je iemand zichzelf openlijk het brevet Dylan-kenner ziet opspelden, weet je één ding zeker: de teksten heeft hij in elk geval niet begrepen. Don’t follow leaders, watch the parking meters, weet je wel. Bovendien vreesde ik de intimiteit die ik altijd koesterde voor Dylan’s stem, te verliezen wanneer ik zou meeschreeuwen met de massa. Een fan is verwikkeld in een permanent gevecht. Hij wil zijn liefde afwisselend prediken en afschermen. En uiteindelijk wil hij uniek zijn, wat per definitie onmogelijk is, vandaar de waas van tragiek die altijd om hem heen hangt.

Maar, voor het eerst in jaren, rijdend door de Amerikaanse bossen, hervind ik dat gevoel van uniciteit, van uitverkorenheid. Aan mijn voeten ligt Invisible Republic, het meesterlijke boek dat muziekschrijver Greil Marcus in 1997 over de Basement Tapes schreef. In 1965 en 1966 groeide Dylan uit tot een rockicoon. Hiermee werd hij de vijand van de linkse, geëngageerde, anticommerciële folkies waartoe hij van 1960 tot 1964 had behoord. Maar ook Rock ‘n Roll had zijn grenzen. Na zijn motorongeluk in 1966 diende Dylan vooral tot rust te komen. En die rust vond hij in de traditie.

In het West Saugerties van 1967, ver weg van alle stadse hysterie, kozen Rick Danko, Richard Manuel, Levon Helm, Robbie Robbertson, Garth Hudson en Bob Dylan ervoor om de muzikale tradities waarin ze waren grootgebracht opnieuw te onderzoeken, om de ‘onzichtbare republiek’ die zich binnen de landsgrenzen van de Verenigde Staten bevond, in kaart te brengen. Spelenderwijs doemde een mystieke muzikale geschiedenis op die zich niets aantrok van tegenstellingen als zwart en wit, nieuw en oud, blues en country. Luisterend naar de Basement Tapes, hoor je tegelijkertijd muzikanten die kinderlijk veel plezier hebben in het spelen, en vastberaden etnologen, wadend door de verhalen, mythes en klanken die al meer dan honderd jaar mistig boven de grond hangen. Het is de meest ongedwongen muziek die Dylan ooit gemaakt heeft. Wat je hoort, in de woorden van Marcus: ‘Simple free speech, ordinary free speech, nonsensical free speech, not heroic free speech. Cryptic free speech, and thus what Raymond Chandler described as “the American voice”.’

 Het bosweggetje wordt hobbeliger. We vertragen. Daar, verscholen tussen de bomen. Het roze is mat overgeverfd, maar toch. Big Pink. De jeep komt tot stilstand. Ik sta erop dat Abby een foto van het huis en mij – van ons – neemt. Ze zegt dat het niet aan te raden valt. Ik antwoord dat sommige dingen een schot hagel waard zijn. Zo stilletjes mogelijk sluiten we de portieren. Uit de zijkant van het huis komt de huiseigenaar gelopen. Scheldend komt hij dichterbij. Ik ga iets opzij, wil het beeld met niemand delen. Abby drukt af en roept: klaar! Ik ren terug naar de auto, de banden doen de aarde opspatten, en we rijden terug de bossen in.

Wanneer ik nu naar de foto kijk, zie ik een land dat alleen bestaat wanneer je de juiste cd opzet. I’m not there, I’m gone. En het gevoel dat overheerst aangaande de release, is een vreemde mengeling van blijdschap en nostalgie. Het is zonder meer goed dat binnenkort iedereen de Tapes in al hun glorie kan beluisteren, het werd tijd. Aan de andere kant is het alsof een Acadië dat zijn bestaansrecht heeft in het verborgene, ineens te koop wordt aangeboden. Ooit kon ik mijzelf wijsmaken dat ik daar alleen liep.