Het Land 32 genomineerd voor de Cutting Edge Award, (Vlaamse) prijs voor beste Nederlandstalige werk van het jaar

by admin on januari 21, 2015

cutting edge

Andere genomineerden: Jeroen Brouwers, Erwin Mortier, Peter Terrin en Niña Weijers. Stemmen alhier.

Beste van 2014, regionalen: Het Land 32 op drie

by admin on december 23, 2014

Haarlems Dagblad, IJmuider Courant, Leidsch Dagblad, De Gooi- en Eemlander en Noordhollands Dagblad

haarlemsd

Het Land 2014 bij beste boeken van het jaar (volgens Knack)

by admin on december 19, 2014

Knack

Tentoonstelling Stedelijk Museum: Literatuur op het scherm

by admin on december 3, 2014

Literatuur op het Scherm: Het land binnen de muren

Midden in het hart van Amsterdam, nabij Centraal Station ligt het Marineterrein, dertig hectare groot en ontoegankelijk voor burgers. Sinds de zeventiende eeuw heeft het terrein een militaire functie; van de scheepswerf van de Admiraliteit tot helikopterlandingsplaats en safe haven. In de loop van 2015 krijgt een gedeelte van het terrein voor het eerst weer een publieke functie en opent het voorzichtig zijn poorten.

HetlandbinnendemurenLiteratuurophetScher

Ontwerpers Sjoerd ter Borg en Jorrit Schaap kregen toestemming om alvast vijf schrijvers uit te nodigen op het terrein en hen een fictief verhaal te laten schrijven over deze plek. Op de interactieve website van het project ‘Het land binnen de muren’ worden de verhalen gebruikt als methode om dit nieuwe stuk stad in kaart te brengen. Door middel van een wisselwerking tussen literatuur, fictie en ontwerp wordt het Marineterrein ontsloten en wordt er een alternatief startpunt voor de geplande gebiedsontwikkeling gecreëerd.

Auteurs: Carolina Trujillo, Daan Heerma van Voss, Gustaaf Peek, Allard Schröder en Niña Weijers.
Concept en vormgeving: Sjoerd ter Borg, Menno Hoope en Jorrit Schaap
Eindredactie: Daniël van der Meer, Luc Mastenbroek.
Fotografie: Koos Breukel, Sander Troelstra

 

Datum en tijdstip: zaterdag 13 december, 15.00 – 17.00u
Locatie en adres: Auditorium Stedelijk Museum Amsterdam, Museumplein 10
Meer informatie over het programma volgt spoedig per nieuwsbrief van het Stimuleringsfonds en op deze website.

Ons Erfdeel positief over Het Land 32

by admin on november 27, 2014

onserfdeel

‘De roman is zonder meer overtuigend als bewijs van de ambitie en het compositorisch talent van Daan Heerma van Voss. [...] De bewustzijnsstroom van de hoofdfiguur, zijn geschreven en uitgesproken verhalen, zijn houtskooltekeningen en dagboeknotities, zijn discussies met Vrijdag en de briefwisseling die hij met Penny voert: de schrijver weet ze met vaste hand te verbinden via interteksten, motieven en spiegeleffecten. [..] De architectuur van Het Land 32 imponeert meer dan de ideeën en de stijl. Daar staat tegenover dat de vele ingebedde verhalen – van een herschrijving van Planet of the Apes tot een amusante zedenschets van jonge literaire hemelbestormers – respect afdwingen als staalkaart van het verteltalent van de auteur.’ Door: Koen Rymenants.

(De recensie is langer, maar ik blijf niet aan de gang.)

Artikel Volkskrant over Basement Tapes (verschenen op 3 november)

by admin on november 7, 2014

Het verborgen land van de Basement Tapes

 De jeep schudt over de bosweggetjes, mijn kruin schiet tegen het plafond van de auto, takken slaan tegen de deuren. Er is mij verteld dat het huis nog overeind staat. Het is mei 2014, en ik bevind me in de bossen nabij Woodstock. In zekere zin heeft de reis zestien jaar geduurd.

Het begin was – achteraf – ronduit beschamend. Het was dankzij Knockin’ on Heaven’s Door, en dan ook nog Eric Clapton’s versie, dat ik naar Dylan begon te luisteren. Ik was twaalf jaar oud, onzeker van aard, maar niet zo onzeker dat ik geen diepe minachting koesterde voor de Top 40. Op een dag klopte ik op de glas-in-lood-deur van mijn vaders doorrookte werkkamer. Hij gebaarde me binnen te komen. Ik deelde hem mijn ontzetting over dit prachtlied mee. Zonder op te kijken zei hij: Het origineel is van Bob Dylan. Die avond, op mijn kamertje met hoogslaper, is het begonnen.

Na een maand waarin Napster en Winamp de belangrijkste woorden waren geweest, verwees mijn vader, als de volleerde muziekdokter die hij was, me door naar een zekere Hans. Hans werkte ’s zondags in een nabije platenzaak, en verkocht onder de toonbank illegale cd’s en platen, zogeheten bootlegs. Veruit de meeste bootlegs waren Dylan-bootlegs. Van mijn twaalfde tot mijn vierentwintigste kocht ik maandelijks zeker één bootleg, de rest downloadde ik. Op mijn vierentwintigste, zo’n tweeduizend Bob Dylan-cd’s later, nam ik me voor te matigen. (Het is zoals met alcoholisme: je kunt ervoor kiezen geen handelingen aan het verlangen te verbinden, maar dat is iets anders dan genezen zijn van de verslaving.)

Het illegale karakter van de collectie praatte ik voor mijzelf goed door te benadrukken hoeveel grootse muziek nooit officieel was uitgebracht. (Een schande!) Het oervoorbeeld in mijn betoog: de Basement Tapes. Die legendarische verzameling van meer dan honderd ballades, folkliedjes en lullaby’s die Dylan en de band die later The Band zou gaan heten, tussen juni en oktober 1967 opnamen. In dat roze huis dat Rick Danko midden jaren zestig had gevonden. Big Pink, West Saugerties, New York.

Organist Garth Hudson nam de liederen op voor zijn eigen plezier, het was niet de bedoeling dat de muziek openbaar zou worden. Maar de cassettes lekten uit en het uiteindelijke gevolg: vijf bootleg-cd’s vol met onvergetelijke melodieën, zuivere tonen en interessante composities, afgewisseld met vrolijk gelal, popparodieën en wisecracks. In 1975 bracht Columbia een gladgestreken selectie van de liederen uit, waaruit al het leven was geknepen. Binnenkort zullen de complete Tapes officieel verschijnen, in een zesdelige luxebox.

big pink

Abby, een Amerikaanse journaliste, zit achter het stuur. Volgens haar is het niet meer dan tien minuten rijden. We passeren ons tweede in de bast van een boom geslagen verbodsbordje. We zijn officieel aan het trespassen.

Ik heb in het openbaar zelden over Dylan gepraat, zelfs in geschriften heb ik me gedeisd gehouden. De reden hiervoor was tweeledig. Allereerst was er ergernis. Er waren (en zijn) veel te veel Dylan-door-to-door-salesmen aan het werk. Tv-babbelaars en andere fakes. Als je iemand zichzelf openlijk het brevet Dylan-kenner ziet opspelden, weet je één ding zeker: de teksten heeft hij in elk geval niet begrepen. Don’t follow leaders, watch the parking meters, weet je wel. Bovendien vreesde ik de intimiteit die ik altijd koesterde voor Dylan’s stem, te verliezen wanneer ik zou meeschreeuwen met de massa. Een fan is verwikkeld in een permanent gevecht. Hij wil zijn liefde afwisselend prediken en afschermen. En uiteindelijk wil hij uniek zijn, wat per definitie onmogelijk is, vandaar de waas van tragiek die altijd om hem heen hangt.

Maar, voor het eerst in jaren, rijdend door de Amerikaanse bossen, hervind ik dat gevoel van uniciteit, van uitverkorenheid. Aan mijn voeten ligt Invisible Republic, het meesterlijke boek dat muziekschrijver Greil Marcus in 1997 over de Basement Tapes schreef. In 1965 en 1966 groeide Dylan uit tot een rockicoon. Hiermee werd hij de vijand van de linkse, geëngageerde, anticommerciële folkies waartoe hij van 1960 tot 1964 had behoord. Maar ook Rock ‘n Roll had zijn grenzen. Na zijn motorongeluk in 1966 diende Dylan vooral tot rust te komen. En die rust vond hij in de traditie.

In het West Saugerties van 1967, ver weg van alle stadse hysterie, kozen Rick Danko, Richard Manuel, Levon Helm, Robbie Robbertson, Garth Hudson en Bob Dylan ervoor om de muzikale tradities waarin ze waren grootgebracht opnieuw te onderzoeken, om de ‘onzichtbare republiek’ die zich binnen de landsgrenzen van de Verenigde Staten bevond, in kaart te brengen. Spelenderwijs doemde een mystieke muzikale geschiedenis op die zich niets aantrok van tegenstellingen als zwart en wit, nieuw en oud, blues en country. Luisterend naar de Basement Tapes, hoor je tegelijkertijd muzikanten die kinderlijk veel plezier hebben in het spelen, en vastberaden etnologen, wadend door de verhalen, mythes en klanken die al meer dan honderd jaar mistig boven de grond hangen. Het is de meest ongedwongen muziek die Dylan ooit gemaakt heeft. Wat je hoort, in de woorden van Marcus: ‘Simple free speech, ordinary free speech, nonsensical free speech, not heroic free speech. Cryptic free speech, and thus what Raymond Chandler described as “the American voice”.’

 Het bosweggetje wordt hobbeliger. We vertragen. Daar, verscholen tussen de bomen. Het roze is mat overgeverfd, maar toch. Big Pink. De jeep komt tot stilstand. Ik sta erop dat Abby een foto van het huis en mij – van ons – neemt. Ze zegt dat het niet aan te raden valt. Ik antwoord dat sommige dingen een schot hagel waard zijn. Zo stilletjes mogelijk sluiten we de portieren. Uit de zijkant van het huis komt de huiseigenaar gelopen. Scheldend komt hij dichterbij. Ik ga iets opzij, wil het beeld met niemand delen. Abby drukt af en roept: klaar! Ik ren terug naar de auto, de banden doen de aarde opspatten, en we rijden terug de bossen in.

Wanneer ik nu naar de foto kijk, zie ik een land dat alleen bestaat wanneer je de juiste cd opzet. I’m not there, I’m gone. En het gevoel dat overheerst aangaande de release, is een vreemde mengeling van blijdschap en nostalgie. Het is zonder meer goed dat binnenkort iedereen de Tapes in al hun glorie kan beluisteren, het werd tijd. Aan de andere kant is het alsof een Acadië dat zijn bestaansrecht heeft in het verborgene, ineens te koop wordt aangeboden. Ooit kon ik mijzelf wijsmaken dat ik daar alleen liep.

 

9 oktober: vertoning ‘Privéterrein’, op NPO 2.

by admin on oktober 9, 2014

priveterrein

Mongools Goud

(Bron: vprogids 2 oktober.)

Enkele weken geleden stuurde mijn jongere broer Thomas mij een uitnodiging door voor de première van een film die Mongools Goud heet. Eronder schreef hij: ‘Hé, onze docu heeft een nieuwe titel.’

Ik had niet gedacht dat de leden van het gezin waartoe ik mijzelf ook reken, zichzelf allen serieus genoeg zouden nemen om een documentaire over henzelf goed te keuren. Vooral omdat we in het werkelijke leven allerminst een front vormen: stuk voor stuk individualistisch, egocentrisch en koppig zijn we altijd onze eigen weg gegaan. (En op zondag eten we gezamenlijk, met het bord op schoot.)

Als ik voor mijzelf spreek gaf de nieuwsgierigheid naar de blik van de buitenstaander de doorslag; als het oog van de camera op ons gezin wordt gericht, welk verhaal ziet deze dan? Natuurlijk zijn we ook ijdel. Hiervoor verwijs ik graag naar de cover van deze gids. Maar ijdelheid is een weinig interessant verwijt, aangezien het van toepassing is op vrijwel iedereen die een boek schrijft, in een film speelt, een misleidend gunstige selfie op Facebook zet. Het gaat erom of die ijdelheid ergens toe leidt.

Aangaande de titel, Privéterrein, heb ik altijd mijn bedenkingen gehad. Volgens mij gaat de film niet over wat anderen eigenlijk niet zouden mogen zien, het is geen exhibitionistisch realitymonster waarin we elkaar voortdurend bewieroken of op dagelijkse basis lijden onder een veelheid aan MTV- dan wel AT5-problemen (Mijn velgen zijn te klein versus De dichtstbijzijnde Gall & Gall is failliet). Maar het persoonlijke is nu eenmaal lekkerder dan het verzonnene, omdat het makkelijker te duiden is, en omdat het je wijsmaakt dat je een glimp opvangt van de persoon achter de schrijver. Als een roman liefde is, is autobiografie porno.

Aan de andere kant: zonder autobiografische elementen (niet alleen feiten uit het eigen leven, maar persoonlijke gedachten, neuroses, gevoelens van vertedering) geen roman. In De Vergeting, mijn roman uit 2013, voor mijn gevoel de spreekwoordelijke eeuwigheid geleden, heb ik het genre van de autobiografie zodanig opgerekt dat het mij sindsdien niet meer aantrekt. De rechtszaak die hieruit is voorgekomen, vormt de rode draad in de film. De vermoeidheid is overigens geheel wederzijds: de werkelijkheid heeft ook geen zin meer in mij. De jonge man die ik op het scherm zie, ben ik niet meer.

Wie zie ik dan wel?

Ik zie vier eigenaardige mensen die elkaar tegen de klippen op normaal vinden, en die elkaar liever wel dan niet bekritiseren en belachelijk maken. Ergens vergelijk ik ons met een archipel: losse eilandjes die zich op een of andere manier toch tot elkaar verhouden en als iets van groep kunnen worden gezien, al zullen zij hier zich nooit bij neerleggen. Wij zijn godbetert geen klaverjasploeg. Wij zijn Mongools Goud.

PS.

There is another Skywalker. Ze heet Sandra Heerma van Voss (halfzus). Van Arend Jans kinderen heeft alleen Laura Heerma van Voss een normale baan weten te scoren.

Artikel in De Volkskrant over Il Conformista

by admin on oktober 2, 2014

bertolucciArtikel in betere kwaliteit

vpro-gids van 30-9: aankondiging documentaire

by admin on september 30, 2014

vprogids

5e druk Zonder Tijd te Verliezen

by admin on september 8, 2014

5e druk